Vervoer

Gemeenten zijn al verantwoordelijk voor Wmo vervoer (regiotaxi) en leerlingenvervoer. Daar komt met de Wmo 2015 het vervoer naar dagbesteding bij. Gemeenten willen dit vervoer graag integreren en daartoe in één bestek in de markt zetten. Maar er zijn vaak lopende vervoercontracten. En er moeten afspraken worden gemaakt met zorgaanbieders over de begin- en eindtijden van activiteiten, zodat de rijtijden van de diverse vormen van vervoer op elkaar aan kunnen sluiten. Dat betekent bijvoorbeeld dat de schooltijden van leerlingenvervoer niet samen mogen vallen met de tijden van dagbesteding.

Bij vervoer is het ook belangrijk om kosten te besparen. De zorgaanbieders hebben daar onder de dwang van bezuinigingen in de Awbz al ervaring mee. De afstand waarover iemand vervoerd moet worden, gekoppeld aan de mate waarin iemand samen met anderen vervoerd kan worden en de frequentie, bepalen voor een groot deel de vervoerkosten.

Er zijn verschillende maatregelen mogelijk om kosten te besparen:

  • nagaan wat de mogelijkheden van de cliënt en zijn netwerk zijn om zelf het vervoer te regelen;
  • leerbare cliënten onder (tijdelijke) begeleiding op een andere manier leren reizen, bijvoorbeeld met het OV, op de fiets of lopend;
  • lokale of regionale vrijwilligersinitiatieven benutten of faciliteren om het vervoer te verzorgen;
  • van het Wmo-vervoer een zogenaamde ‘algemene voorziening’ te maken en daarvoor een kostendekkende bijdrage te vragen. Onder de huidige Wmo is het alleen toegestaan een ov-tarief te vragen voor het collectief vervoer;
  • verschillende soorten contractvervoer waarvoor de gemeente verantwoordelijk is met elkaar combineren (Wmo-vervoer, leerlingenvervoer, Sociale Werkvoorziening-vervoer);
  • aanbod van dagbesteding dichtbij de woonlocatie van de cliënt organiseren en de openingstijden van de dagbesteding verruimen. Hierdoor wordt het voor de vervoerder mogelijk om meerdere routes met één voertuig te rijden;
  • indelingen in cliëntgroepen los te laten en de doelgroepen bij zorgaanbieders verbreden (ontkokeren);
  • meer wijkgericht werken, en bestaande accommodaties beter benutten;
  • het aanbod van dagbesteding aan de cliënt beperken tot de dichtstbijzijnde passende locatie in de gemeente of regio. Wil de cliënt naar een andere locatie dan betaalt hij zelf de extra vervoerskosten;
  • een keuze bieden uit een beperkt aantal geselecteerde locaties. Dit beperkt de keuzemogelijkheid, maar betekent niet dat de kwaliteit van dagbesteding daarmee minder is;
  • een eigen bijdrage vragen aan de gebruikers van de maatwerkvoorziening Wmo-vervoer van en naar de dagbesteding.

Deze oplossingen brengen allen in meerdere of mindere mate financieel voordeel. De voor- en nadelen brengt Public Care gezien haar ervaring snel met u in beeld.