Huishoudelijke hulp

huishoudelijke_hulpBesparingskeuzen gemeenten

De besparing van 40% op het rijksbudget wordt over het algemeen gerealiseerd binnen de eenvoudige schoonmaakondersteuning (HH1). Het gaat om schoonmaak voor cliënten die lichamelijk niet meer in staat zijn om zelf het huis schoon te houden, maar wel zelf de regie over het huishouden kunnen voeren. De overige vormen van huishoudelijke hulp zijn HH2, die wordt ingezet in meer complexe gezinssituaties al of niet met kleine kinderen, en HH3, die wordt ingezet in de situatie van een ontregeld huishouden. Het merendeel van de gemeenten kiest ervoor om HH2 en HH3 als maatwerkvoorziening te behouden. Meestal kiezen de gemeenten voor één van drie onderstaande besparingsopties:

Optie1: Bij optie 1 blijft ook de HH1 een maatwerkvoorziening. Er worden afspraken gemaakt met de aanbieder om de kosten terug te dringen. Toegang voor nieuwe cliënten wordt strenger. Bestaande cliënten krijgen geen nieuwe indicatie, het wordt aan de aanbieder overgelaten om samen met de cliënt te bepalen wat deze zelf kan doen en wat de zorgaanbieder doet.

Optie 2: Bij optie 2 wordt de HH 1 niet langer als maatwerkvoorziening verstrekt, maar worden bestaande en nieuwe cliënten verwezen naar een algemene voorziening voor HH waarvoor ze een door de gemeente bepaalde eigen bijdrage tot maximaal de kostprijs betalen. De gemeente heeft (subsidie) afspraken gemaakt met de aanbieder(s) van de algemene voorziening. Met inzet van de huishoudtoelage (hierna Regeling HHT) betaalt een groep cliënten een lagere eigen bijdrage. Cliënten met een minimum inkomen kunnen de resterende kosten geheel of gedeeltelijk vergoed krijgen vanuit de bijzondere bijstand.

Optie 3: Bij optie 3 kiest de gemeente voor het persoonlijke dienstverleningsconcept. De gemeente heeft geen (subsidie) afspraken gemaakt met de aanbieder. Bestaande en nieuwe cliënten worden verwezen naar een voorziening in de markt en moeten de HH zelf inkopen. Een deel van de cliënten ontvangt van de gemeente een korting op het tarief op basis van de Regeling HHT. Cliënten met een minimum inkomen kunnen de resterende kosten geheel of gedeeltelijk vergoed krijgen uit de bijzondere bijstand.

Geen van de drie opties is in strijd met de Wmo 2015. Welke optie de gemeente ook kiest, het uitgangspunt is dat de gemeente maatwerk levert aan de cliënt en onderzoekt of de gekozen voorziening in de situatie van de cliënt passend is. Kiest de gemeente ervoor om de huishoudelijke hulp als algemene voorziening of voorziening in de markt aan te bieden, dan zal de gemeente moeten nagaan of de voorziening passende ondersteuning biedt in de situatie van de cliënt waarbij ook de financiële situatie van de cliënt moet worden betrokken.

Het intrekken van een lopende indicatie, afgegeven onder de Wmo 2007

Uit de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland blijkt dat de gemeente een lopende indicatie niet kan intrekken zonder voorafgaand onderzoek. Intrekking van een lopende indicatie kan alleen als uit dat onderzoek blijkt dat de situatie van de cliënt is gewijzigd. De wijze waarop zij dit onderzoek doet is aan de gemeente. Behalve aan (keukentafel)gesprekken kan ook gedacht worden aan een combinatie van voorlichtingsbrieven, – bijeenkomsten, dossieronderzoek, en het actief aanbieden van gemeentelijke hulp bij het zoeken naar alternatieven.

Het overgangsrecht voor cliënten met een doorlopende indicatie op grond van de Wmo 2007 regelt dat cliënten met een doorlopende indicatie dit recht behouden. Echter het is mogelijk om het beleid te wijzigen waardoor het noodzakelijk kan zijn een eerder afgegeven indicatie te wijzigen of in te trekken. Daarbij moet de gemeente zorgvuldig te werk gaan. De Memorie van Toelichting wijst de gemeenten er op dat zij in gesprek moeten gaan met de cliënt en een redelijke overgangstermijn (van 3-6 maanden) in acht moeten nemen voordat het nieuwe beleid van kracht wordt.

Samengevat: de gemeente kan een lopende indicatie intrekken, maar zal daarbij de individuele situatie van de cliënt moeten onderzoeken.

Gerechtelijke uitspraak over aanpassing of beëindiging van Wmo huishoudelijke hulp

Mag een gemeente alle cliënten met een lopende beschikking generiek minder uren geven? Het betreft een beleidswijziging van de gemeente standaard twee uur hulp toe te kennen. Wanneer zou blijken dat twee uur in het individuele geval niet voldoende was, kunnen meer uren worden toegekend. De rechtbank concludeerde dat de algemene keuzes die hier zijn gemaakt, in dit individuele geval niet konden worden toegepast. Dit vanwege de strijd met de compensatieplicht. De gemeente had onvoldoende onderzoek gedaan naar de individuele omstandigheden van de cliënt om aannemelijk te kunnen maken dat de cliënt voldoende gecompenseerd was. Bovendien stelde de rechter dat de standaard twee uur hulp door de gemeente niet voldoende onderbouwd was. Dit is geen goede weg om de besparingsopgave te realiseren.