Beschermd wonen

Bij beschermd wonen gaat het om het bieden van onderdak en begeleiding aan personen met een psychische aandoening. Onder beschermd wonen wordt in de Wmo 2015 verstaan wonen in een accommodatie van een instelling en wonen met toezicht en begeleiding. De doelen van beschermd wonen zijn:

  • Zelfredzaamheid en participatie
  • Bevorderen van psychisch en psychosociaal functioneren
  • Stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld
  • Voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast
  • Afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen

Wat verandert er?

Het overgangsrecht voor cliënten die op 1 januari 2015 een indicatie hebben voor 5 jaar of langer voor beschermd wonen vanuit de Awbz , houdt in dat zij gebruik kunnen maken van beschermd wonenten minste voor een periode van vijf jaar. Als de indicatie eerder afloopt geldt het recht tot einde indicatiedatum.

De verblijfszorg GGZ wordt door de hervorming van de langdurige zorg AWBZ per 2015 bij andere wetten ondergebracht:

  • Verblijfszorg met behandeling (eerder ZZP B) gaat naar de Zorgverzekeringswet.
  • Verblijfszorg gericht op beschermd wonen en begeleiding (eerder ZZP C) komt onder de nieuwe Wmo te vallen.

De gemeente wordt verantwoordelijk voor het beschermd wonen, maar niet voor de behandeling. Behandeling blijft onderdeel van de Zorgverzekeringswet.

Wie biedt beschermd wonen?

Het beschermd wonen is vaak georganiseerd in een Regionale Instelling Beschermd Wonen (RIBW) of onderdeel van een bredere GGZ-instelling. Er bestaan ook kleinschalige wooninitiatieven voor beschermd wonen.

Centrumgemeenten maatschappelijke opvang

De 43 centrumgemeenten maatschappelijke opvang worden materieel verantwoordelijk voor beschermd wonen. Beschermd wonen is landelijk toegankelijk. Burgers kunnen dus ook in een andere gemeente beschermd gaan wonen. De Centrumgemeente, die verantwoordelijk is voor de maatschappelijke opvang, wordt ook verantwoordelijk voor het beschermd wonen. Gemeenten kunnen een eigen bijdrage vragen.

De centrumgemeente is aan zet als het gaat om het organiseren van het aanbod en de voorzieningen. Intensief overleg van de regiogemeenten met deze centrumgemeente is vooral nodig om de regie en de rolverdeling rondom de plaatsing van cliënten af te stemmen. Voor de doelgroep voor beschermd wonen wordt scherp gelet op de kwaliteit en continuïteit van de zorg. Het budget wordt zonder korting gedecentraliseerd naar de centrumgemeenten en de cliënten hebben een overgangsrecht van 5 jaar. Mogelijk wordt er in de toekomst wel gekort op het budget. Er zal op zoek worden gegaan naar vernieuwende manieren om het beschermd wonen in te richten. Public Care kan daarbij gezien haar ervaring bij gemeenten in ondersteunen.